Deel 1
Als je een keer met de Amazone ziekte besmet bent is er geen weg terug. Maar deze
"ziekte" heb ik opgelopen van de eerste reis en was me zeer goed bevallen. Dus
er moest een tweede reis gemaakt worden en wel in oktober 2001. Deze tijd is
gunstig vanwege de lage waterstand in de rivieren. We vertrokken van Schiphol op
weg naar Frankfort om daar samen met een Duitse vriend van de vorige reis onze
vlucht naar Bogota te beginnen. Op beide vliegvelden werden we scherp
gecontroleerd, dit naar aanleiding van de Twin-Towers. Na een vlucht van 12 uur
stonden we op het vliegveld van Bogota. Ook hier weer de zeer scherpe controle,
alles moest uit de koffer en tassen. We werden opgehaald door Bruno Keller de
eigenaar van een visexport bedrijf. Tevens was hier ook een gastenverblijf van
waaruit we onze vistochten maakten. Als je in Colombia wilt reizen is het
raadzaam om je te verzekeren van goede gidsen en een chauffeur. Het is helaas
onmogelijk dit alleen te doen. Er zijn teveel delen in dit land die voor blanke
mensen (gringo's) gevaarlijk zijn (gijzelingen). Maar er blijft nog genoeg over
om te bezoeken. Onze gids van twee jaar geleden was ook in Bogota en deze zou
ons de komende twee weken weer begeleiden naar de mooiste plekjes. Na aankomst
op de finca eerst maar even uitgerust van de lange reis met een koel glas bier.
De avond hebben we doorgebracht op de veranda met de belevenissen van de eerste
reis in ons achterhoofd. De volgende dag zijn we naar Bogota geweest om een
visexportbedrijf te bezichtigen. Het viel ons zwaar tegen, als dit de vissen
zijn die in Europa in de bakken moesten gaan zwemmen, dan was het droevig
gesteld. Veel zieke en dode vissen in veel te kleine bakken. Bruno vertelde ons
dat dit een van de beste bedrijven was die zich met de export bezighield.
's Avonds hebben we besloten om ons verblijf in drie gedeeltes op te splitsen.
Onze doelen waren; a. Villavicentio (stroomgebied Rio Metae), b. Palmira
(stroomgebied Rio Cauca, c. Honda stroomgebied (Rio Magdalena). We begonnen dus
waar we de vorige keer waren geëindigd. Na een autorit van 4 uur stonden we
bovenaan de rand van het gebergte en keken op de plaats Villavicentio met de
rivier Rio Metae.

De rivier stond voor driekwart droog, dit was goed te zien door de rotsblokken. Er was al vier maanden geen regen meer gevallen. Omdat we niet in de stad wilden blijven zijn we doorgereden richting Puerto Lopes. Hier vonden we een prachtig gelegen lodge met zwembad en alle comfort. Vlak hierachter liep een kleine rivier waar we onze visbun in konden plaatsen. Maar kijkend in het water zagen we onze corydoras metae zwemmen meestal in kleine groepjes. Ook verschillende zalm en, Aequidens soorten maakten hun opwachting. Het gebied waar we nu verbleven heeft de mooie naam Llanos. Dit is een vlak gebied dat doorloopt naar Venezuela. Vanaf de bergen lopen tientallen kleine en grote beekjes, ons doel voor de komende week. Onze eerste nacht hebben we geen oog dichtgedaan vanwege zwaar onweer. Hoezo geen regen? We waren dan ook vroeg op, en zijn naar de beek gegaan om te kijken wat er te vangen viel. Het is een prachtig snel stromend water met een diepte van ca. 30 cm, de bodem bestond uit rolstenen en kiezelstenen. Vele soorten vissen zagen we zwemmen. corydoras metae, loricaria's ancistrus, spatzalmen en ruitvlekzalmen. Na een uurtje stond het ontbijt op tafel en moesten we weer terug. Op het programma stond de weg naar Duerto-lopez, hier moesten vele kleine beekjes onder de weg doorstromen. We vonden wel de bruggen maar geen water. Na veel zoeken hebben we een prachtige beek gevonden (met water) maar was helaas zeer troebel. Toch even met de snorkel onder water gekeken. Zeer veel vissen gezien vooral zalmsoorten. Na nog wat te hebben rondgekeken zijn we op weg gegaan naar de volgende rivier. Deze zag er vanaf de brug een stuk beter uit. Slingerend door het landschap met een rijke begroeiing van bomen en struiken. In het water boomstronken en takken, ideaal voor kleine cichliden zoals Apistogramma, Aequidens en harnasmeervallen.

In de snelstromende gedeelten was helaas weinig te vangen, maar in de dode
stukken met weinig stroming vingen we onze eerste Apistogramma Macmasteri. Ook hier weer corydoras Metae en enkele jonge Aequidens Metae. Nadat alles
was verpakt gingen op weg naar de volgende Rio. Dit was een klein beekje van
ca. 2 meter breed. Prachtig helder water en een bodem van stenen. Deze waren
totaal bealgd en stoffig. Maar het barste er van de vissen en planten. Het eerste
watertje was met planten. In het water stonden lotussen, amazone zwaardplanten
en veel mossoorten op de stenen die onder en boven water lagen. Vissen waren er
zoals; zalmen, mesvissen, spatzalmen, hemigrammus, garnalen, corydoras,
melanotaenia, ancistrus spec, farlowella's en loricaria's .