Deel 3

Aangekomen op de finka werd alles uitgepakt en in de bakken gedaan. We hadden geen uitval, dus geen dode vis. Na een rustdag gingen we op weg naar Palmira, het stroomgebied van de Rio Cauca.

  

Uit deze omgeving waren de laatste 10 jaar geen vissen meer vandaan gekomen. Dit was een onveilig gebied, maar nu konden we het weer bezoeken. Onze verwachtingen waren hooggespannen, maar eerst moesten we er nog naar toe. Dit was een autorit van 12 uur (500 km) dwars door het Andes gebergte, dat betekend 3500 meter omhoog en dat 2 x en dan weer 3500 meter naar beneden.

                         

Zo zat je in de auto te bakken (40 oC) en het andere moment kon je wel een jas aantrekken (15 oC). Het autorijden op zichzelf was ook een hele belevenis. Strepen op de weg, verkeersborden, ze werden gepasseerd als of ze er niet waren. In dit gebied moet alles over de weg, dus het was een colonne van grote zware vrachtwagens die tegen de berg opklommen. En alles wat sneller kon was aan het passeren. Een spoorweg voor vrachtvervoer is hier niet mogelijk. In Palmira hadden we voor de komende dagen een kompleet huis gehuurd. Voor de inwendige verzorging gingen we twee huizen verderop in de straat. Als je daar binnen kwam dacht je dat hier een souvenir winkel uit Holland was gevestigd. Het was een ware uitstalling van namaak Delfsblauw. We waren met stomheid geslagen. Later bleek dat de dochter des huizes een aantal jaren in Nederland had gewoond en had koffers vol spullen meegenomen. Ook hier werd ons bezoek gestart met het zoeken van een plaatselijke visser. Dit was moeilijk, hier was er maar 'één, en deze had alleen verstand van consumptievissen. Nadat we hadden uitgelegd wat de bedoeling was (helder water en veel vis) gingen we op weg.